Overkomen

Definitie overkomen.

Een schaatser ‘komt over’ als het lichaamszwaartepunt zich aan de buitenkant van de afzetschaats bevindt. Een maat voor het overkomen is de afstand van de projectie van het lichaamszwaartepunt tot de afzetschaats.
24.001

Figuur 1. De afstand van de projectie van het lichaamszwaartepunt tot de afzetschaats is een maat voor het overkomen.

Overkomen is het resultaat van een vanuit de heup geïnitieerde afzet, van een volledige uitvoering van de bijhaal en van een juist uitgevoerde inzet, kortom van een perfecte schaatsslag.  Met andere woorden, overkomen is geen doel, maar overkomt je.

Bijdrage overkomen aan afzet

De vraag is wat ‘overkomen’ je nog meer (in positieve zin) oplevert dan een langer durende afzet.

Als het lichaamszwaartepunt zich aan de buitenkant van de afzetschaats bevindt en er geen andere krachten in het spel zijn dan de zwaartekracht, dan val je ‘over’ de afzetschaats heen op je zij. Dat gebeurt bij gewoon schaatsen (gelukkig) niet omdat je vanuit de heup een kracht uitoefent, die er voor zorgt dat je lichaam van buiten naar binnen kantelt. In de techniekaanwijzing over de afzet vóór de strekking, hebben we gezien dat die kanteling een positieve bijdrage levert aan de opbouw van de afzetkracht. Dus ook in de fase van het overkomen wordt afzetkracht gegenereerd, zij het in geringe mate door de tegenwerkende zwaartekracht.

We kunnen ‘overkomen’ daarom ook definiëren als de toestand waarin de zwaartekracht een tegenwerkende kracht is van de schaatsbeweging.

Overkomen versus buitenkant inzetten

Een schaatser komt over aan het begin van de afzet en niet, zoals nog wel eens wordt gesteld, aan het begin van de inzet.

Als de bijhaalschaats wordt ingezet, dan bevindt het lichaamszwaartepunt zich aan de binnenkant van de afzetschaats en niet aan de buitenkant; het lichaamszwaartepunt bevindt zich aan de buitenkant van de inzetschaats. Door die verwarring ontstaat de indruk dat de schaatser verder overkomt dan in werkelijkheid het geval is. Omdat je dus uiteindelijk niet ver overkomt is de hoeveelheid kracht, die nodig is om het lichaam te kantelen om de afzetschaats van de buitenzijde naar de binnenzijde, gering.

26.001

Figuur 2.  Buitenkant inzetten is nog geen overkomen (het lichaamszwaartepunt bevindt zich aan de binnenkant van de rechter afzetschaats / aan de buitenkant van de linker inzetschaats, een situatie die niet wordt aangeduid als overkomen).


Overkomen in beeld.

Ook bij de ‘shorttrack’-techniek bevindt het lichaamszwaartepunt zich bij aanvang van de afzet aan de buitenkant van de afzetschaats.


Overkomen bij ‘shorttrack’-techniek in beeld.

50.001

Naar paragraaf bocht.