Bocht

Schaatsbeweging in bocht

In de bocht moet de schaatser niet alleen de lucht- en ijsweerstand overwinnen maar ook de kracht waarmee de schaatser de bocht wordt ‘uitgeslingerd’, de zogenaamde centrifugale kracht. De beweging van de schaatser in de bocht is er daarom op gericht om bij elke afzet een kracht te produceren die naar links gericht is (dus naar het middelpunt van de bocht toe). Met de aangepaste bijhaal ontstaat het beeld van ‘pootje over de bocht door’. De schaatsbeweging in de bocht is dus asymmetrisch, in tegenstelling tot de beweging op het rechte eind die symmetrisch is ten opzichte van de voorwaartse richting.

Omdat de beweging zich na elke linker- en rechterafzet herhaalt,  is de beweging, net als op het rechte eind, cyclisch.

De baan van de schaats ziet er als volgt uit:

29.001

Figuur 1. Schematische weergave van schaatsstreken in de bocht. 

De doorgetrokken zwarte pijl stelt de baan voor van de afzetschaats, de gestippelde rode lijn van  de bijhaalschaats en de gestippelde groene lijn van de inzetschaats.

De eerste pijl stelt de afzet rechts voor, de eerste stippellijn de bijhaal (voorlangs) rechts; de tweede pijl stelt de afzet links voor, de tweede stippellijn de bijhaal (achterlangs) links. 

Qua lengte (tijd) zijn de linker- en rechterafzet aan elkaar gelijk. De schaatsbeweging in de bocht verloopt daarom ritmisch.

Omdat de greep op het ijs in de richting loodrecht op de afzetschaats maximaal is, wordt ook in de bocht elke afzet uitgevoerd in een vlak loodrecht op de voortglijdende schaats. We noemen dit wederom een zijwaartse afzet. We gaan er natuurlijk van uit dat de schaats scherp geslepen is.

Om de bocht te ronden via de kortste route nemen we de richting van de raaklijn aan de bochtencirkel als voorwaartse richting van de inzetschaats (zie ook ‘plaatsing en richting’ in de subparagraaf ‘Strekking en inzet bocht ‘).

Kenmerkende momenten

De schaatsbeweging in de bocht is dus een asymmetrische, cyclische beweging. In elke cyclus is een tweetal kenmerkende momenten aan te wijzen: (1) het einde van de afzet en (2) het begin van de strekking.

1. Einde / begin afzet (wisselmoment afzet) 

De afzet eindigt op het moment dat de afzetschaats openklapt en de druk op de afzetschaats verdwijnt. Op dat moment drukt het lichaamsgewicht voor het eerst volledig op de andere schaats en begint de afzet met het andere been. Omdat de linker- en rechterafzet elkaar continu beurtelings opvolgen, is er dus sprake van een wisselmoment van de afzet.30.001

2. Begin van de strekking (wisslemoment strekking)

Op het moment dat het afzetbeen begint met de strekking verdwijnen de hoeken van de schaatszit uit het afzetbeen. Omdat de afzet en de bijhaal in de bocht anders verlopen dan op het rechte eind valt het begin van de strekking niet samen met het wisselmoment van de schaatszit voor de afzet (achterlangs) links / bijhaal (voorlangs) rechts. Op het aanvangsmoment van de strekking van het linker afzetbeen bevindt de rechter bijhaalschaats zich recht voor de afzetschaats en zijn de hoeken van de schaatszit nog niet terug in het bijhaalbeen (figuur 2a.). Het wisselmoment van de schaatszit komt iets na het aanvangsmoment van de strekking van het linker afzetbeen (meer hierover in de subparagraaf Strekking en inzet bocht).

Voor de afzet rechts / bijhaal links achterlangs rechts valt het aanvangsmoment van de strekking wel samen met  het wisselmoment van de schaatszit (figuur 2b.).

51.001

Het begin van de strekking is om nog twee redenen kenmerkend. De positie van de heup en bijgevolg van de romp verandert en het lichaamsgewicht wordt  overgebracht van het afzetbeen naar het inzetbeen.

Glij- / strekfase  en bijhaal- / inzetfase

Het begin van de strekking verdeelt de afzet in een fase vóór de strekking (glijfase) en een fase tijdens de strekking (strekfase).

Onmiddellijk na de afzet wordt het (afzet-)been bijgehaald (bijhaalfase). Als de bijhaal volledig is uitgevoerd (de hoeken van de schaatszit zijn weer terug in het bijhaalbeen) gaat de bijhaal over in de inzet (inzetfase), die weer overgaat in de volgende afzet (afzetfase).


Kenmerkende momenten en fasen in beeld.

De (tijds-)verhoudingen tussen afzet en strekking liggen bij een stayer anders dan bij een sprinter, zoals valt waar te nemen bij Shani Davis.


Kenmerkende momenten bij Shani Davis.

Techniekaanwijzing:

  1. Tel (hardop) mee met de linker- en rechter slagen in de bocht ter controle op een ritmisch verloop.

Naar paragraaf afzet bocht.