Bijhaal

Door de techniek van het ‘pootje over’ wijkt de bijhaal van het rechterbeen in de bocht nogal af van de bijhaal op het rechte eind. Voor de bijhaal van het linkerbeen geldt dat niet, daar is sprake van overeenkomsten met het rechte eind.
Dat geldt ook voor het einde van de bijhaal en dus de overgang van bijhaal naar inzet.

Bijhaal links
Uitgangspositie en uitvoering
Onmiddellijk na de afzet volgt de bijhaal van het (afzet)been. Het linkerbeen is achter het afzetbeen zijwaarts gestrekt naar rechts (eerste foto in figuur 1.).
De bijhaal van het linkerbeen verloopt achterlangs het rechter afzetbeen tot het bijhaalbeen in het vlak is evenwijdig aan het heup-, knie- en enkel-vlak van het rechter afzetbeen. Noodgedwongen door de kruising achterlangs hangt het bovenbeen loodrecht op het ijs ontspannen af.
Vervolgens maakt de knie een ‘hef’ beweging in dat vlak tot het bijhaalbeen de hoeken van de schaatszit heeft bereikt en de bijhaal is voltooid.

36.001

Figuur 1. Bijhaal links achterlangs rechter afzetschaats tot begin strekking rechts.

Voor het linker bijhaalbeen valt het moment dat de bijhaal is voltooid samen met het moment waarop het rechter afzetbeen begint te strekken in het knie- en enkel gewricht (laatste foto in figuur 1.). Het linker bijhaalbeen neemt de hoeken van de schaatszit over van het afzetbeen en de bijhaal gaat over in de inzet.

Bijhaal rechts
Uitvoering
Voor de bijhaal van het rechter been is er de keuze tussen bijhalen voorlangs of overlangs de linker afzetschaats. Overlangs wil zeggen dat de bijhaalschaats over de neus van de linker afzetschaats scheert. De afgelegde weg van de  bijhaalschaats is daardoor weliswaar iets korter maar het risico bestaat dat de schaatser licht omhoog komt in het afzetbeen, omdat de knie van het bijhaalbeen moet worden opgetrokken. Ik ga daarom uit van een bijhaal voorlangs de afzetschaats.
37.001

Figuur 2. Bijhaal rechts voorlangs linker afzetschaats tot begin strekking links.

Op het moment dat de schaats van het rechter bijhaalbeen zich recht vóór de afzetschaats bevindt (laatste foto figuur 2.) begint het linker afzetbeen te strekken. De bijhaal is op dat moment nog niet voltooid, de enkelhoek van het bijhaalbeen is zelfs stomp! Door de strekking van het afzetbeen in het heupgewricht wordt het lichaamszwaartepunt naar voren geduwd en bereikt het inzetbeen alsnog de hoeken van de schaatszit (zie ook de paragraaf Inzet (en strekking) bocht ). Het wisselmoment van de schaatszit komt in dit geval dus iets na het begin van de strekking.  Als we de bijhaal voltooid noemen op het moment dat de hoeken van de schaatszit terug zijn in het bijhaalbeen, dan is de bijhaal rechts nog niet voltooid als de inzet begint.

Voor een optimale voorbereiding op de inzet moet bij aanvang van de inzet, voor zowel de linker als de rechter inzetschaats, de afstand tussen de inzetschaats en de afzetschaats zo klein mogelijk zijn (‘voeten zijn gesloten’).

Onvolledige bijhaal
De bijhaal is niet correct of onvolledig uitgevoerd als het schouder-heup-enkel vlak van het bijhaalbeen aan het eind van de bijhaal niet evenwijdig is aan hetzelfde vlak van het afzetbeen of als er een ‘gat’ is  tussen inzet- en afzetbeen. Wat daarvan de consequenties zijn behandelen we in de paragraaf Inzet (en strekking) bocht.

Techniekaanwijzing bijhaal:

  1. Houd knie linker bijhaalbeen laag, onder niveau rechter knie (voorkomt omhoog komen rechter heup)
  2. Laat bovenbeen linker bijhaalbeen verticaal afhangen, houd onderbeen linker bijhaalbeen horizontaal en laat voetzool linker schaats zien
  3. Hef knie rechter bijhaalbeen naar borst voor actieve bijhaal rechterbeen vóórlangs (linker) afzetbeen
  4. Voer bijhaal actief uit.

Naar paragraaf inzet (en strekking) bocht.