Rechte eind

Momenten en fasen
De schaatsbeweging is een cyclische beweging waarbij om beurten  het linkerbeen en het rechterbeen afzet terwijl gelijktijdig  het andere been bijhaalt en inzet.
Binnen een cyclus zijn twee kenmerkende en ook herkenbare momenten aan te wijzen, waarop de schaatser van soort beweging verandert: (1) het begin / einde van de afzet en (2) het begin van de strekking.

Begin en einde afzet / wisselmoment afzet 
Om het begin van de afzet te kunnen aanwijzen moet je eerst weten wat de afzet is. Immers, over het begin van de afzet wordt al verschillend gedacht. Sommigen geven als begin van de afzet het moment aan dat de ‘val’ begint, dus na het passeren van de verticale stand van het lichaam. Maar waarom zou je dan ‘overkomen’, als overkomen niet bijdraagt aan de afzet.
Vooruitlopend op de uiteenzetting over de afzet in de volgende paragraaf Afzet, vermelden we hier reeds de voor deze paragraaf belangrijke bevinding dat de schaatser continu bezig is met afzetten: als de afzet met de ene schaats eindigt, begint de afzet met de andere schaats. Het begin van de afzet valt dus samen met het einde van de afzet van de andere schaats. Er is dus sprake van een wisselmoment van de afzet.
De herkenbaarheid van het begin van de afzet met het ene been hangen we dus op aan het openklappen van de schaats van het andere been. Op dat moment drukt het lichaamsgewicht voor het eerst volledig op de andere schaats en begint de volgende afzet.
Als we de afzetschaats de actieve schaats noemen, dan is de andere schaats te duiden als de inactieve schaats. Die twee typen schaatsen wisselen elkaar dus voortdurend af.

Web-afbeeldingen.004


Wisselmomenten van de afzet in beeld

Begin strekking / wisselmoment schaatszit
De schaatsbeweging wordt uitgevoerd in de zogenaamde ‘schaatszit’: beurtelings is één van beide benen in de schaatszit terwijl het andere been strekt en bijhaalt.
Op het moment dat de bijhaal van het ene been is voltooid en de hoeken van de schaatszit weer volledig terug zijn in het bijhaalbeen begint het andere been met de strekking en verdwijnen de hoeken van de schaatszit uit het afzetbeen. We zouden daarom het begin van de strekking het wisselmoment van de schaatszit kunnen noemen. Op het wisselmoment van de schaatszit zijn beide benen in de schaatszit.Web-afbeeldingen.006


Wisselmomenten van de schaatszit

De aanvang van de strekking van het afzetbeen is een kenmerkend moment voor de schaatsbeweging op grond van een aantal aspecten. Zo verandert de positie van de heup en daarmee de positie van de romp en wordt de opbouw van de afzetkracht door de kanteling van het lichaam om de afzetschaats aangevuld met de strekkracht.

De wisselmomenten van de afzet en de schaatszit wisselen elkaar steeds af, zoals te zien is in onderstaande video.


Wisselmomenten van afzet en schaatszit in beeld

Tot slot geven we de wisselmomenten van afzet en schaatszit schematisch weer in twee aparte afbeeldingen, een linkerafbeelding voor de afzet en een rechterafbeelding voor de schaatszit.

Web-afbeeldingen.005

Figuur 3. Schematische voorstelling wisselmomenten afzet (links) en wisselmomenten schaatszit (rechts).

Omdat de linker- en rechterafzet elkaars spiegelbeeld zijn, zijn de linker- en rechterafzet qua lengte (tijd)  aan elkaar gelijk. De schaatsbeweging op het rechte eind verloopt daarom ritmisch.

Glij- en strekfase
Het begin van de strekking verdeelt de afzet in een fase vóór de strekking, die glijfase wordt genoemd en een fase tijdens de strekking, die strekfase wordt genoemd.
De naam glijfase is enigszins misleidend omdat glijden een passieve houding uitstraalt. Maar in de paragraaf Afzet wordt uiteengezet dat ook in de fase vóór de strekking op een actieve wijze  afzetkracht wordt opgebouwd, dus ook tijdens het zogenaamde overkomen.
Net zo is de naam strekfase misleidend omdat de opbouw van de afzetkracht in die fase meer is dan de strekking alleen.

Bijhaal- en inzetfase
Onmiddellijk na de afzet wordt het afzetbeen bijgehaald (bijhaalfase). Als de bijhaal is voltooid (en de strekking van het afzetbeen begint, zie de paragraaf Inzet (en strekking)), gaat de bijhaal over in de inzet (inzetfase). Op het rechte eind verloopt de inzetfase parallel aan de strekfase.

Figuur 4. Schematische voorstelling  indeling schaatsslag in fases

Techniekaanwijzingen:

 Naar paragraaf Afzet.