Foutenanalyse

(Deze paragraaf is nog in de opbouwfase.)
Een fout constateren is vaak betrekkelijk eenvoudig. Het bepalen van de oorza(a)k(en) en het corrigeren van de fout zijn een stuk minder eenvoudig.

Niet sluiten / lichaamszwaartepunt tussen benen / inzet op binnenkant schaats

  • Geconstateerde fout:
    Op het moment dat de bijhaal overgaat in de inzet en het afzetbeen begint te strekken (het wisselmoment van de schaatszit) kunnen de volgende fouten worden geconstateerd
    – Te grote afstand tussen inzet- en afzet-schaats / ‘gat tussen schaatsen’ /  ‘niet sluiten’
    – Lichaamszwaartepunt tussen benen
    – Inzet op binnenkant schaats met ‘gat tussen schaatsen’
    – Wegschuiven inzetschaats over ijs, zelfs bij ‘gesloten inzet- / afzet-schaats’.
  • Mogelijke oorzaak 1:
    Als de afzet niet ‘volledig’ wordt uitgevoerd (strekking én  gelijktijdige kanteling van lichaam om afzetschaats met schaats zo lang mogelijk op het ijs), dan wordt de onvolledige afzet vaak gecompenseerd met een vroegtijdige inzet. Met andere woorden, een goede inzet kan eigenlijk niet zonder een goede afzet.
  • Correctieve aanwijzing 1:
    Besteed eerst aandacht aan een correct uitgevoerde afzet, wellicht gaat het dan ook beter met de inzet.
  • Mogelijke oorzaak 2:
    Onbalans van het lichaam: als beweging van de romp achterblijft bij draaiïng heup, dan is de massa van de romp te laat of helemaal niet boven het inzetbeen en is het lichaamszwaartepunt dus niet in het juiste vlak (lichaam is in onbalans). Er volgt dan een correctie door verkeerde plaatsing van inzetschaats te ver van afzetschaats (zie de paragraaf  ‘Inzet en strekking’ van het rechte eind) en/of de plaatsing van de inzetschaats is op de binnenkant.
  • Correctieve aanwijzing 2:
    Een aanwijzing over de positie van de romp boven het inzetbeen kan helpen. Maar, omdat de positie van de romp een gevolg is van de draaiïng van de heup, moet een foutieve positie van de romp in eerste instantie gecorrigeerd worden vanuit een foutieve beweging van de heup.
    Kijk ook naar de afzet van het andere been, met aandacht voor juiste uitvoering (lichaam kantelt om afzetschaats, kanteling gaat ook door tijdens strekking) en juiste effect (druk met de strekking in het heupgewricht van het afzetbeen de romp boven het inzetbeen).
  • Mogelijke oorzaak 3: 
    Angst.
  • Correctieve aanwijzing 3:
    Angst kun je leren beheersen.
    Maak jezelf vertrouwd met een inzet op de buitenkant van de schaats door met ondersteuning van een ander te schaatsen.
    Sluit tijdens het rechtop uitrijden de voeten en voer een pendule-achtige beweging met het lichaam uit om de steunschaats.
  • Mogelijke oorzaak 4:
    Onwetendheid met betrekking nut inzet buitenkant schaats.
  • Correctieve aanwijzing 4:
    Maak duidelijk dat een inzet op de buitenkant van de schaats bijdraagt aan de afzet, maar ga niet zover dat een inzet op de buitenkant wordt afgedwongen door de enkel naar binnen te knikken. Werk aan een ontspannen uitvoering van de bijhaal.

Knikken enkel

  • Geconstateerde fout:
    Naar binnen knikken van enkel aan het begin van de inzet
  • Mogelijke oorzaak:
    De wil om in te zetten op buitenkant schaats is ‘obsessief’. Het inzetten op de buitenkant van de (inzet-)schaats mag geen doel op zich zijn maar een gevolg van een lichaam in balans waardoor het lichaamszwaartepunt aan de buitenkant van de inzetschaats komt.
  • Correctieve aanwijzing:
    Bekijk alle correcties van inzet met ‘gat tussen schaatsen’.

Achterwaartse afzet

  • Geconstateerde fout: 
    Achterwaartse afzet
  • Mogelijke oorzaak:
    Onwetendheid
  • Correctieve aanwijzing: 
    Voer afzet uit zonder dat schaats openklapt
    Voer afzet uit met nadruk op hakafzet / druk hak zijwaarts weg.

Steppen

  • Constateerde fout: 
    De schaatser voert een stepbeweging uit (afzetten terwijl je steunt op inzetschaats).
  • Mogelijke oorzaak:
    De schaatser neemt te vroeg lichaamsgewicht op de inzetschaats op, waardoor het lichaamsgewicht wordt verdeeld over inzet- en afzet-schaats.
  • Correctieve aanwijzing:
    Wacht met gewicht op nemen op inzetschaats door
    – lichaamsgewicht langer op het afzetbeen te houden,
    – langer met het hele lichaam tegen het strekkende afzetbeen aan te drukken,
    – knie inzetbeen enigszins te heffen.

Omhoog komen

  • Geconstateerde fout:
    De schaatser komt aan het einde van de afzet enigszins omhoog, op het rechte eind en/of in de bocht.
  • Mogelijke oorzaak:
    Heup heeft neiging schuin omhoog te komen aan het einde van de afzet. De bekkenbeweging is in dat geval niet horizontaal, evenwijdig aan het ijs.
  • Correctieve aanwijzing:
    Beweeg bekken horizontaal zijwaarts.

Naar paragraaf schaatsjargon.