Inzet en strekking bocht

Inzet, begin en einde

De bijhaal gaat over in de inzet als het afzetbeen begint aan de strekking.

De uitgangspositie van de inzet links in de bocht is vergelijkbaar met de uitgangspositie op het rechte eind voor wat betreft de positie van de bijhaalschaats ten opzichte van de afzetschaats, de hoeken van de schaatszit en de positie van de romp.

De uitgangspositie van de inzet rechts verschilt van die op het rechte eind voor wat betreft de hoeken van de schaatszit. Bij aanvang van de rechter inzet zijn de hoeken van de schaatszit nog niet terug  in het bijhaalbeen. Dat komt pas tot stand als de inzetheup naar voren wordt geduwd door de strekking links achterlangs  (zie richting inzet).

Inzet en strekking verlopen parallel aan elkaar. Als de strekking is voltooid, dan is ook de inzet voltooid en gaat de inzet over in de (volgende) afzet.

Inzet en strekking 

Inzet en strekking zijn ook in de bocht sterk met elkaar verweven.

Als het afzetbeen begint met strekken (dat is dus bij aanvang van de inzet) verdwijnen de hoeken van de schaatszit uit het afzetbeen, verandert de positie van de heup en bijgevolg van de romp, wordt het lichaamsgewicht overgebracht van het afzetbeen naar het inzetbeen en wordt via het inzetbeen de richting van de volgende afzet bepaald.

In afzonderlijke items beschrijven we elk van deze veranderingen. Ook al verschilt de uitgangspositie van de inzet voor het linkerbeen van dat voor het rechterbeen, de veranderingen verlopen voor beide benen langs dezelfde lijnen.

Richting inzet

De strekking van het afzetbeen begint met de strekking in het heupgewricht. Door de strekking in het  heupgewricht van het afzetbeen draait de heup ‘weg’ van het afzetbeen  en wordt de heup van het inzetbeen  in het horizontale vlak voorwaarts geduwd 1).

Dankzij de voorwaartse duw van de rechterheup (als gevolg van de strekking links ‘achterlangs’  het rechter bijhaalbeen) buigt de knie van het inzetbeen naar voren en bereikt het rechter inzetbeen alsnog de hoeken van de schaatszit en komt het lichaamszwaartepunt alsnog boven de inzetschaats.

Davis bocht 04

Figuur 1. Door strekking links achterlangs rechter bijhaalbeen wordt heup en daarmee knie inzetbeen naar voren geduwd.


Voorwaartse heupinzet in beeld.

We draaien de heup zover weg van het afzetbeen tot we met de inzetschaats de richting hebben bereikt die we willen bereiken voor de volgende afzet. In de bocht is dat de richting van de raaklijn aan de bochtencirkel.

Romp van ‘boven afzetbeen’ naar ‘boven inzetbeen’

Als we er van uit gaan dat de romp gefixeerd is op de heup en geen onnodige bewegingen maakt, dan verandert de romp mee met de heup en draait van ‘boven afzetbeen’ naar ‘boven inzetbeen’. De romp wijst dus, net als het inzetbeen, in de richting van de raaklijn aan de bochtencirkel.


Positie van de romp vóór en tijdens de inzet in beeld.

Met het hoofd in het verlengde van de romp kijk je bij aanvang van elke inzet dus in de richting van de raaklijn aan de bochtencirkel.

Plaatsing inzetschaats

Als met plaatsing van de inzetschaats het moment wordt bedoeld dat de inzetschaats voor het eerst contact maakt met het ijs, dan is op het moment van plaatsing de inzetschaats op ongeveer een vuistbreedte naast en een halve schoenlengte voorbij de afzetschaats.

Davis Bocht 2

Figuur2. Plaatsing inzetschaats zo dicht mogelijk naast en voorbij afzetschaats.


Plaatsing en richting inzetschaats in beeld.

Gewicht overbrengen

In deze fase wordt het lichaamsgewicht overgebracht van het afzetbeen naar het inzetbeen. We maken gebruik van de zwaartekracht als we het lichaam schuin voorwaarts, in de richting van de raaklijn aan de bochtencirkel, laten vallen. Je kunt maximaal profiteren van de zwaartekracht als je het moment waarop je het lichaamsgewicht opvangt op het inzetbeen zo lang mogelijk uitstelt. Heb je je lichaamsgewicht te vroeg op het inzetbeen, dan rest je niets anders dan gebruik te maken van je spierkracht om vooruit te komen en ben je aan het ‘steppen’ of ‘duwen’.

Bekijk nogmaals de video ‘Voorwaartse heupinzet in beeld’. In het tweede stilstaande beeld maakt de inzetschaats al wel contact met het ijs, maar is de druk van het lichaamsgewicht nog volledig op de afzetschaats.

Je kunt met uitstel van het opvangen van het lichaamsgewicht zo ver gaan dat de tweebenige fase nagenoeg geheel ontbreekt en je door de bocht heen rent, zoals  Shani Davis doet in het volgende fragment 2).


Rennen door de bocht.

De slagfrequentie in de bocht ligt vaak hoger dan op het rechte eind. Bij een hoge frequentie moet de bijhaal actief worden uitgevoerd. De fase vóór de strekking van het afzetbeen wordt dan zo kort dat de afzet in de bocht voor het gevoel alleen uit strekkingen bestaat.

Techniekaanwijzing inzet:

  1. Beweeg rechterheup voorwaarts bij strekking linker afzetheup (achterlangs rechterheup)
  2. Beweeg linkerheup voorwaarts bij strekking rechter afzetheup
  3. Val bij aanvang inzet met lichaamsgewicht schuin voorwaarts in de richting van de raaklijn aan de bochtencirkel
  4. Neem zo laat mogelijk gewicht op op het inzetbeen / niet ‘steppen’
  5. Houd romp gefixeerd op de heup
  6. Plaats inzetschaats een vuistbreedte naast en een halve schoenlengte voorbij afzetschaats
  7. Kijk bij aanvang van de inzet langs de raaklijn en niet de bocht in
  8. Houd heup- en schouderlijn horizontaal (let op rechterschouder)
  9. Druk de knie van het rechter afzetbeen enigszins naar binnen en de rechter afzetheup ‘in de strekking’ (alsof je een sinaasappel uitperst tussen onderlichaam en dijbeen) (zie ook techniekaanwijzing 2de categorie uit opbouw afzetkracht op het rechte eind) en corrigeer eventueel rechter schouder ‘enigszins naar beneden’ bij afzet rechts en links
  10. Houdt enkelgewricht afzetbeen strak
  11. Stuur rechter afzetschaats tegen het einde van de strekking naar binnen bij.

Naar paragraaf armzwaai en ingaan bocht.

1) De voorwaarste richting in de bocht is de richting van de raaklijn aan de bochtencirkel.
2) Ondanks de enorme versnelling blijft de rechterschouder bij Shani laag.