Schaatsplank

Schaatsen op de schaatsplank, ook wel ‘planken’ genoemd, is een eigen beweging die lijkt op schaatsen. In het kader van de schaatstechniek draagt het planken in beperkte mate bij aan het inslijpen van de schaatsbeweging op het ijs.

Overeenkomsten met schaatsen op ijs

  1. De ‘val

Op het ijs: gedurende de korte fase van de voorwaartse bijhaal (dus van het moment dat de zijwaartse bijhaal is voltooid tot het moment dat de strekking van het afzetbeen begint, zie figuur 2. van de inleidende paragraaf training) kantelt het lichaam onder invloed van de zwaartekracht om de afzet-’schaats’ (de vrije ‘val’).

Deze fase zien we ook terug op de plank, met op de plank een eventuele correctie voor de ligging van het zwaartepunt ten opzichte van het steunpunt (niet ‘buiten’ het afzetbeen).

60.001Figuur 1.  Tijdens de voorwaartse bijhaal kantelt het lichaam om de voet onder invloed van de zwaartekracht, de vrije ‘val’, nog voor de strekking van het afzetbeen.

2.  De strekking

Op het ijs: als de hoeken van de schaatszit weer terug zijn in het bijhaalbeen begint de strekking van het afzetbeen met de  bijbehorende verandering in de positie van de heup en van de romp (van afzetbeen naar inzetbeen) en begint gelijktijdig de inzet op de buitenkant van de schaats.

Van deze fase zien we op de plank alleen de strekking van het afzetbeen terug zonder de daarbij behorende verandering in de positie van de heup en van de romp en wordt de inzetschaats gebruikt als steunpunt. De romp wijst gedurende de strekking recht naar voren en bevindt zich (in het meest gunstige geval) boven het steunbeen.

61.001Figuur 2. De strekking met, zoveel als mogelijk is, de romp boven het standbeen.

De strekking op de plank draagt als onderdeel van de training voornamelijk bij aan specifieke krachtopbouw.

3.  De zijwaartse bijhaal

Op het ijs: na de strekking haal je het ene been zijwaarts bij terwijl het lichaam kantelt om de schaats van de buitenkant via rechtop naar de binnenkant.

Van deze fase zien we op de plank na een tweebenige glijfase alleen de zijwaartse bijhaal terug terwijl de romp zich  (in het meest gunstige geval) boven het steunbeen bevindt.

62.001Figuur 3. De bijhaal met, zoveel als mogelijk is, de romp boven het standbeen.

Ireen op de schaatsplank; let op de val, strekking en bijhaal.

Techniekaanwijzingen

  1. Blijf diep zitten tijdens het planken
  2. Voer de korte fase van de voorwaartse bijhaal / de vrije ‘val’ vóór de strekking correct uit
  3. Breng, zo ver als mogelijk is, de romp boven het steunbeen terwijl je het afzetbeen strekt
  4. Beweeg heup horizontaal zijwaarts / druk afzetheup naar beneden
  5. Corrigeer, voor zoveel als nodig is, de positie van de romp boven het steunbeen tijdens de tweebenige glijfase (tussen foto 3 en 4)
  6. Haal ontspannen bij, laat onder- en bovenbeen hangen
  7. Houd, zoveel als mogelijk is, de romp boven het steunbeen tijdens de zijwaartse bijhaal
  8. Vermijd, zoveel als mogelijk is, tijdens de strekking van het afzetbeen en tijdens de zijwaartse bijhaal dat  het lichaamszwaartepunt zich tussen twee benen bevindt.

Naar paragraaf foutenanalyse.