Afzet bocht

Beschrijving afzet bocht

Zowel de linker- als de rechter afzetschaats snijdt bij aanvang van de afzet in de bocht met de linkerkant (= ‘bochten-‘kant) in het ijs. Vervolgens kantelt het lichaam om de afzetschaats de bocht in (naar links): voor de afzet links betekent ‘een kanteling de bocht in’ een kanteling om de buitenkant van de afzetschaats (zie figuur 1a) en voor de afzet rechts een kanteling om de binnenkant van de afzetschaats (zie figuur 1b). Op een goed moment wordt de kanteling aangevuld met de strekking van het afzetbeen.
32.001

Opbouw afzetkracht door kanteling 

Door de kanteling naar links (gele pijl) ’duwt’ de afzetschaats naar ‘rechts’ tegen het ijs (rode pijl onder). Volgens het principe van actie is reactie zet het ijs de druk om in een afzetkracht in de tegenovergestelde richting, dus de bocht ‘in’ (blauwe pijl in figuur 2).

32.001

Figuur 2. De afzetkracht (blauwe pijl) is het gevolg van de kanteling van het lichaam om de afzetschaats.

Opbouw afzetkracht door combinatie kanteling en strekking

Door de strekking van het afzetbeen drukt de afzetschaats tegen het ijs in de richting van het afzetbeen (rode pijl in verlengde afzetbeen in figuur 3b). Die kracht ontbinden we in een horizontale en een verticale component. Volgens het principe van actie is reactie zet het ijs de horizontale component van de strekkracht om in een afzetkracht in de tegenovergestelde richting (blauwe pijl in figuur 3b).

De combinatie van kanteling en strekking stelt de schaatser in staat de heup horizontaal te bewegen en van de schaatstechniek op het rechte eind weten we dat bij een horizontale beweging van de heup de strekkracht maximaal bijdraagt aan de afzetkracht. De rotatiekracht en de strekkracht samen leveren de afzetkracht.33.001

3a.                    +                    3b.                               ⇒                       3c.

Figuur 3. De som van de rotatiekracht (3a.) en de (horizontale component van de) strekkracht (3b.) is de totale afzetkracht (3c.).

Omdat het lichaamszwaartepunt zich bij zowel de afzet links als de afzet rechts aan de ‘bochten-‘kant van de afzetschaats bevindt, is de zwaartekracht een meewerkende kracht gedurende de gehele afzet. Dat betekent dat de opbouw van de afzetkracht in de bocht door de kanteling zeer effectief is en niet zelden gebruikt wordt om de snelheid te vergroten.

Technische uitvoering afzet

Voor de technische uitvoering van de kanteling en de strekking in de bocht gaan we uit van de principes van een efficiënte beweging (maximale opbrengst bij minimale inspanning).

Romp boven afzetbeen

In de bocht is de fase vóór de strekking weliswaar kort, maar wel aanwezig. Totdat de strekking begint verloopt de kanteling van het lichaam om de afzetschaats efficiënt als het boven- en onderbeen met het schouder, heup-, knie- en enkel gewricht in één vlak liggen. Dat betekent dat de romp zich boven het afzetbeen bevindt, dat de knie niet naar binnen knikt en dat de enkel ‘strak’ is.

Met het begin van de strekking verandert de positie van de romp. In de paragraaf Inzet en strekking in de bocht gaan we daar uitgebreid op in.

Heup- en schouderlijn

De strekking in de bocht is, net als op het rechte eind, efficiënt (maximale strekkracht) als we het bekken / de heup in een horizontaal vlak bewegen. Door de combinatie van kantelen en strekken duw je de heup in een horizontaal vlak als het ware ‘de bocht in’.

De overall afzetkracht in de bocht is dan feitelijk de kracht waarmee je het lichaam als één geheel bij elke afzet in een horizontaal vlak zijwaarts wegduwt van de afzetschaats: aanvankelijk terwijl het lichaam kantelt om de afzetschaats met de hoeken van de schaatszit in het afzetbeen en vervolgens ook als de kanteling wordt aangevuld met de strekking van het afzetbeen.

Deze naar binnen gerichte ‘duw-kracht’ wordt voor de afzet met linker- én rechter been aangestuurd vanuit de rechterheup (aanwijzing ‘duw rechterheup bocht in’ is beter dan ‘breng linkerheup in de bocht’) en uitgevoerd door het krachtig aanspannen van been- en bilspieren (rode pijl ter hoogte van rechterheup in figuur 3a.).

Omdat we alleen bewegingen van de romp toestaan die het gevolg zijn van bewegingen van de heup (romp gefixeerd op de heup), volgt de schouderlijn de heuplijn. Als de heuplijn in de bocht horizontaal is, dan is ook de schouder lijn horizontaal.

34.001

Figuur 4. Schouderlijn horizontaal

Net als op het rechte eind dwingen we de horizontale heuplijn tijdens de strekking af door de rechter heup (en schouder) enigszins omlaag te duwen en de linker heup omhoog te trekken.

Om te voorkomen dat de rechterheup omhoog komt tegen het einde van de afzet links is het aan te raden het linker afzetbeen niet te ver door te strekken en de rechter knie laag te houden tijdens de bijhaal van het linker been achterlangs.

Verder verloopt de strekking efficiënt als heup-, knie- en enkelgewricht van het strekbeen in één vlak liggen (dus exclusief het schoudergewricht). Dat betekent dat ook tijdens de strekking de knie niet naar binnen geknikt is en dat de enkel  strak is (voorzover de krachten op het enkelgewricht het toestaan).

Diep zitten

De kracht, waarmee de schaatser de bocht wordt uit geslingerd (centrifugale kracht) en dus ook de kracht die de schaatser moet leveren om in de bocht te blijven (centripetale kracht), neemt toe naarmate de snelheid toeneemt. In mindere mate geldt dit ook naarmate de bocht krapper wordt.

In het ideale geval dat de schaatser meewerkt om met de heersende snelheid de centrifugale kracht te overwinnen zal de schaatser dieper zitten c.q. schuiner hangen in de bocht naarmate de snelheid toeneemt.

En ook hoe krapper de bocht, des te schuiner hangt de schaatser in de bocht.@@@


‘Hangen in de bocht’.

Komt de schaatser  omhoog bij het ingaan van de bocht, dan neemt de totale afzetkracht af en komt de schaatser kracht tekort om de centrifugale kracht te overwinnen. Ofwel hij vliegt de bocht uit of hij remt zichzelf af (zie voetnoot 1)).

Techniekaanwijzingen inzet:

  1. Tot begin van de strekking is de romp boven afzetbeen, de knie van het afzetbeen boven afzetschaats (niet naar binnen geknikt) en de enkel strak
  2. Duw bij zowel linker- als rechter afzet met de rechter heup het lichaam horizontaal zijwaarts weg van de afzetschaats
  3. Heup- en schouderlijn zijn horizontaal
  4. Duw rechter-heup en schouder omlaag en trek linker heup enigszins omhoog
  5. Strek linker afzetbeen niet te ver door (voorkomt omhoog komen rechter heup)
  6. Kom niet omhoog in de bocht.

Naar paragraaf bijhaal bocht.

  1. 1) Als een trein een bocht neemt met een snelheid die niet past bij de ligging van het railbed, dan vliegt de trein de bocht uit.