Baan lichaamszwaartepunt
Dankzij de techniek van het pootje over is de afzetkracht bij elke afzet de “bocht in” gericht.
Omdat de afzetkracht loodrecht staat op de afzetschaats en de ‘voorwaartse richting’ de richting is van de raaklijn aan de bocht waarmee je de bocht wilt ‘aansnijden’ (en dus verschilt van de afzetrichting) heeft de afzetkracht een voorwaartse component en een centripetaal component.
De voorwaartse component compenseert de lucht- en wrijvingsweerstand en de centripetaal kracht duwt het lichaam de bocht in. Aan het einde van de afzet vangt de schaatser die duw op met de inzet van de andere schaats in de (volgende) voorwaartse richting.
Het lichaamszwaartepunt volgt bij elke afzet dus een cirkelvormige baan de “bocht in”.
Figuur 1. Schematische weergave van schaatsslagen in de bocht.
De eerste zwarte pijl in figuur 1. stelt de afzet rechts voor (met het lichaamszwaartepunt boven of ,zo mogelijk, links van de afzetschaats), de eerste rode stippellijn de bijhaal rechts voorlangs het afzetbeen en de groene stippellijn de inzet rechts; de tweede pijl stelt de afzet links voor, de tweede rode stippellijn de bijhaal links achterlangs het afzetbeen en de groene stippellijn de inzet links; etc.
De blauwe streepjeslijn stelt de baan voor van het lichaamszwaartepunt.
Naar paragraaf Hangen in de bocht.
