Rechte eind

Op het rechte eind noemen we de richting van de baan de voorwaartse richting.
Om een kracht te produceren in voorwaartse richting moet de afzetrichting afwijken van de voorwaartse richting. We zetten daarom bij elke schaatsslag schuin voorwaarts in.
Als we bij de ene schaatsslag schuin voorwaarts naar links inzetten en bij de volgende schaatsslag even ver schuin voorwaarts naar rechts, dan gaan we gemiddeld genomen recht uit.
Op het rechte eind ziet de baan van de schaatsen er schematisch als volgt uit:

Figuur 1. Richting afzetschaats afwisselend rechts en links ‘schuin voorwaarts’ 

Omdat de linker- en rechterafzet elkaars spiegelbeeld zijn, zijn de linker- en rechterafzet qua lengte (tijd) aan elkaar gelijk. De schaatsbeweging op het rechte eind is daarom symmetrisch en verloopt ritmisch.

Om de schaatstechniek op onderdelen te analyseren hanteren we de indeling van de schaatsslag in fases: afzet, bijhaal en inzet.
Afzonderlijke onderdelen zijn evenwel niet los van elkaar te zien: bijhaal en inzet beïnvloeden de afzet en vice versa. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de benaming van de paragraaf inzet (en strekking).
De consequentie is dat we soms gedwongen worden vooruit te lopen op de analyse van een onderdeel dat later aan bod komt.

Omdat de afzet de motor is van het schaatsen beginnen we de uitleg over de techniek van het schaatsen met de afzet.

Techniekaanwijzing

  1. Tel (hardop) mee met de linker- en rechter afzet ter controle op een ritmisch verloop.

Naar paragraaf Afzet